Eenzaamheid wordt wereldwijd steeds vaker gezien als een belangrijk maatschappelijk en gezondheidsvraagstuk. De coronapandemie bracht dit thema nadrukkelijk onder de aandacht: door lockdowns en afstandsmaatregelen vielen veel alledaagse contacten weg. Maar voor mensen die leven met een ziekte, zoals kanker, is eenzaamheid vaak al langer en op andere manieren aanwezig.
In de zorg wordt eenzaamheid meestal opgevat als een tekort aan sociale contacten: te weinig mensen om je heen, te weinig verbinding. Die benadering suggereert ook een oplossing: meer contact, meer sociale verbinding. Ons nieuwe onderzoeksproject laat zien dat eenzaamheid voor patiënten veel complexer is dan dat. Het gaat niet alleen om het ‘alleen zijn’, maar ook om hoe ziekte iemands lichaam, dagelijkse routines, relaties en rol in de samenleving verandert.
Patiënten met kanker krijgen bijvoorbeeld te maken met intensieve behandelingen, onzekerheid over werk en inkomen, en het moeten vinden van hun weg binnen het zorgsysteem. Dit kan hun gevoel van verbondenheid en hun identiteit onder druk zetten. In ons onderzoeksproject bestudeerden we eenzaamheid vanuit de geleefde ervaringen van patiënten met kanker. Voor dit onderzoek hebben we samengewerkt met Patio, een Patiëntinformatiecentrum Oncologie waar patiënten en naasten terecht kunnen voor psychosociale ondersteuning. Samen met patiënten is eenzaamheid als centraal thema naar voren gekomen. We combineerden focusgroepen en interviews met de analyse van 32 ervaringsverhalen die door patiënten zelf zijn geschreven. Zo kregen we zicht op hoe eenzaamheid zich voordoet in het dagelijks leven en tijdens het zorgtraject.
Met dit onderzoek willen we bijdragen aan een breder en dieper begrip van eenzaamheid, gebaseerd op ervaringen van patiënten zelf.
