Boek van 220 pagina´s waarin Evert Platje beschrijft hoe hij opgroeide in een kroostrijk, arm gezin, aanvankelijk in de Jordaan in Amsterdam, maar als zijn vader een baan in Utrecht kan krijgen, in Utrecht. Een groot deel van het boek gaat over het overleven van de Tweede Wereldoorlog, de honger, armoede, streken die zij uithaalden, zoals het proberen te stelen van broden. Na verloop van tijd worden zijn broer en hij bij mensen op het platteland ondergebracht. Hoewel hij er aanvankelijk tegenop zag, beschrijft hij deze periode als een goede tijd bij plezierige mensen, deze periode heeft voorkomen, zo schrijft hij, dat hij crimineel zou zijn geworden. Aan het eind van de oorlog wordt het gezin herenigd en gaat Evert van huis uit werken. Hij blijkt echter besmet te zijn met TBC en wordt daarvoor opgenomen in een sanatorium. Vanaf pagina 187 licht hij deze periode toe, gaat in op de kwajongensstreken die zij als patiënten uithaalden, het strenge regime van de Diaconessen, de behandelmethoden uit die tijd. Hij zal er achttien maanden verblijven. Het boek eindigt wanneer Evert uit het kuuroord wordt ontslagen.
Aandoening Longaandoeningen Auteur Evert Platje Jaar 2015 Perspectief Patiënt Publicatie type Boek Thema Coping Deskundigheid Zorginstellingen Uitgever Boekscout
